MADE IN HOLLAND

De Nederlandse industrie is ten opzichte van de grootste industrieën van Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italie maar middelmatig. Voedselverwerking, chemie, olieraffinage en de fabricage van elektrische apparaten zijn de belangrijkste industriële activiteiten.

In deze rubriek echter vooral aandacht voor de opmerkelijke verschijningen zoals o.a. electronica, auto's en vliegtuigen van Nederlandse bodem uit het heden en verleden.

 

ExternalVideoWidget

De PAL-V (Personal Air and Land Vehicle) is een compacte tweepersoons autogiro die zich over de openbare weg kan verplaatsen. Voor de besturing is zowel een rijbewijs als een autogirovliegbrevet nodig.
De producent maakte op 2 april 2012 bekend dat een reeks succesvolle testvluchten is uitgevoerd.
In mei 2014 maakte het bedrijf bekend dat het toestel vanaf het eind van dat jaar te bestellen is, en vanaf 2016 leverbaar zijn in een beperkte oplage van 45 stuks.
Het bedrijf is gevestigd in Raamsdonksveer en heet officieel Pal-V Europe NV.
Het executive team bestaat uit Ir Robert Dingemanse MBA (CEO en co-founder) en Mike Stekelenburg Bsc (COO en chief engineer). De vormgeving is ontwikkeld door Ir Chris Klok, oud student van de faculteit IO, TU Delft. Jacob Bart is de testvlieger die de eerste vlucht heeft gemaakt.

DAF, afkorting van Van Doorne's Automobielfabriek N.V., is een auto- en een vrachtautofabrikant, in 1932 opgericht door Hub van Doorne.De DAF 66 is een compacte sedan gemaakt door de Nederlandse fabrikant DAF.
Dit is de opvolger van de door Giovanni Michelotti ontworpen DAF 55. Hij had onder meer een nieuw front en een de Dion achteras in plaats van pendelassen. De Variomatic werd gehandhaafd. De DAF 66 was verkrijgbaar in sedan-, combi-bestel- en coupe uitvoering.


De DAF 66 was uitgerust met een 1100 cc grote Renault "Cléon-Fonte"-motor met 53pk (40kW) Deze motor was goed voor een topsnelheid van 135 km/u. De Marathon-versie had 60 pk (45kW). Later kreeg de DAF 66 Marathon een sterkere Renault C-serie 1300 cc-motor met 57 pk (43 kW). De De Dion-achteras zorgde voor stabieler weggedrag dan de oude pendelasophanging. Het was het op één na laatste model van DAF (voor de 46) vóór de overname door Volvo, die het model als Volvo 66 bleef produceren. De 66 werd opgevolgd door de verbeterde versie van de 77, de Volvo 343.

Donkervoort Automobielen B.V. is een Nederlandse sportwagenfabrikant en werd opgericht in 1978 door Joop Donkervoort. De fabriek is gesitueerd in Lelystad, waar alle nieuwe auto's tot op heden worden ontwikkeld en met de hand gebouwd.
Donkervoorts motto is "No Compromise". Hiermee wordt gerefereerd aan het puristische autorijden zonder bijvoorbeeld elektronische hulpmiddelen, zoals een antiblokkeersysteem (ABS), Electronic stability program (ESP) of stuurbekrachtiging.

 

Voor de buitenstaander lijkt het misschien of Nederland nauwelijks auto-industrie heeft. We hebben geen eigen grote merken zoals Duitsland, Frankrijk en Italië, en lezen in de krant vooral over de teloorgang van de laatste restjes. Maar wie naar de feiten kijkt, ziet eigenlijk het tegenovergestelde. De meeste van de ongeveer 300 bedrijven in de Nederlandse auto-industrie doen het gewoon heel goed. Dat komt onder meer doordat ze vooral exporteren naar Duitsland, Azië en de VS. Daar groeien autoverkopen nog steeds en daar profiteren onze bedrijven van mee. Bijna 50.000 mensen hebben ze nu al in dienst, die samen zorgen voor een omzet van zo'n 17 miljard euro. En tot 2020 verwachten ze een stijging tot 23 miljard. Het gaat zelfs zo goed, dat een bedrijf als DAF recent bekendmaakte 'tot de Kerst' vol te zitten en 450 mensen extra te willen aantrekken.

Symbool voor de wederopstanding is VDL Nedcar. Nauwelijks een jaar geleden leek de Nedcar-fabriek in Born tot sluiting gedoemd, nadat eigenaar Mitsubishi had besloten de stekker eruit te trekken. De Brabantse industrieel Wim van der Leegte kocht de fabriek echter voor 1 euro van de Japanners en wist BMW te strikken als productiepartner. En zo rollen jaarlijks in Born duizenden Mini's van de band. Nedcar mag dan samen met Eindhovense DAF Trucks en, vooruit, ook Spyker bekend staan als icoon van de Nederlandse auto-industrie, de ruggengraat van de sector wordt gevormd door een reeks kleinere en over het algemeen minder bekende toeleveranciers waar tienduizenden mensen werken. Het leeuwendeel van die bedrijven bevindt zich in Brabant en Noord-Limburg.

Fokker was de naam van een vliegtuigfabriek, vernoemd naar de stichter Anthony Fokker. Fokker raakte al vroeg in zijn jeugd geïnteresseerd in vliegen. Rond 1910 begon hij met de bouw van zijn eerste echte vliegtuig. Dit vliegtuig werd de "Fokker Spin" gedoopt. Hiermee werd Fokker op 21-jarige leeftijd beroemd toen hij op 31 augustus 1911 ter demonstratie rondjes rond de Grote Kerk van Haarlem vloog.

In april 1962 kondigde Fokker een straalvliegtuig aan, de Fokker F-28 Fellowship. Van 1969 tot 1987 werden hiervan in totaal 241 toestellen gebouwd, in diverse uitvoeringen. Uit de Fellowship zouden later de Fokker 100 en de Fokker 70 worden ontwikkeld.

 

Video 2000 (ook bekend als Video Compact Cassette of VCC) was een standaard voor videorecorders die werd ontwikkeld door Philips en Grundig, als een met VHS en Betamax concurrerende standaard.

De Video 2000-cassette is iets groter dan de VHS-cassette. Uniek zijn de mogelijkheid maar liefst 4 uur op elke zijde van de omkeerbare cassette op te nemen en een geavanceerd afspeelsysteem, dynamic track following (DTF), waardoor ook als de opname gepauzeerd of versneld afgespeeld wordt een keurig beeld zonder stoorstrepen wordt getoond.

Philips' voorganger van het Video 2000-systeem was het VCR-systeem, geïntroduceerd in 1972. De eerste Video 2000-recorder werd in 1979 verkocht, en de laatste recorders werden geproduceerd in 1988.

Doordat Philips het patent niet vrijgaf, zoals bij de geluidscassette, en JVC dit wel deed voor het VHS-systeem, kreeg het systeem geen navolging. Ook kwam Philips relatief laat met Video 2000 op de markt (1979) in vergelijking tot Betamax (1975) en het VHS-systeem (1976).

DTF maakte het systeem duur, hetgeen een mogelijke oorzaak van de teloorgang van het systeem was. Hoewel de laatste generatie recorders technisch erg goed was, daalden de verkoopcijfers en in 1988 viel het doek voor Video 2000. Philips produceerde inmiddels sinds 1984 VHS-recorders.

Een andere veronderstelde reden voor het niet van de grond komen van Video 2000, die vaak door Philips-technici genoemd wordt, was het gebrek aan leverbare porno in dit formaat. Dit in tegenstelling tot het goedkopere en eenvoudigere VHS-systeem, waarvoor wel voldoende pornofilms geleverd werden.

Nog een reden voor de ondergang van de Video 2000: in de VS is het nooit van de grond gekomen. Video 2000 had het Europese kleurensysteem. Het in de VS gebruikte kleursysteem (NTSC) is kwalitatief minder dan het Europese PAL (of het Franse SECAM). De extra kwaliteit van de Video 2000-videorecorder zou daardoor niet opvallen, door de slechtere kwaliteit van de televisies. Dus geen reden om te verwachten dat men meer geld zou neertellen voor een Video 2000, waarvoor men geen betere kwaliteit van het beeld zou zien. Het voordeel van de omkeerbare cassette blijft natuurlijk wel bestaan.

De Klapschaats

De klapschaats werd in 1980 uitgevonden door Gerrit Jan van Ingen Schenau, destijds verbonden aan de Faculteit voor Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Het originele idee van klapschaatsen is echter veel ouder, er is een ontwerp bekend uit 1894 en er is toen octrooi op aangevraagd.  

De schaats werd aan de top pas in 1996 echt in gebruik genomen, en wel door het Nederlandse damesteam. Toen Tonny de Jong hier direct baat bij bleek te hebben volgde de buitenlandse concurrentie snel, en al bij de Olympische Winterspelen van 1998 in Nagano reed vrijwel iedere schaatser op klapschaatsen. Een ware regen van wereldrecords volgde; menig record werd met meerdere secondes aangescherpt.

Het schaatsen op de klapschaats vereist echter wel een andere manier van schaatsen. Deze overstap viel de ene topschaatser zwaarder dan de andere, en resulteerde erin dat verschillende toppers hun schaatsen aan de wilgen hingen. Niet altijd voorgoed, overigens. Onder meer de Nederlandse sprinter Gerard van Velde slaagde erin om, na enig oefenen, de techniek alsnog onder de knie te krijgen en weer een factor van betekenis te zijn binnen de wereldtop.

SENSEO

Een Senseo is een koffiezetapparaat dat door Douwe Egberts en Philips in nauwe samenwerking is ontwikkeld en in februari 2001 op de markt gebracht, aanvankelijk als Senseo Crema. De techniek is door WeLL Design ontwikkeld. In de eerste vier jaar werden er wereldwijd meer dan 15 miljoen exemplaren verkocht. De Senseo onderscheidt zich van de traditionele filterkoffiemethode door het gebruik van de koffiepads, de tijdwinst van watertoevoer onder druk, en een schuimlaag. 

Werking 

Voor het koffiezetten wordt een pad (uitspraak als in het Engels: pæd volgens het IPA, maar in Nederland haast altijd als pet uitgesproken) met gemalen koffie in de padhouder geplaatst. Heet water wordt naar het compartiment met de koffiepad gepompt, waar de extractie van het koffiemaalsel gedurende een halve minuut plaatsvindt. Het koffiewater spuit via een klein gaatje onderin de padhouder een volgend compartiment binnen, waarbij schuim ontstaat door de botsing van de straal op koffiewater onderin het compartiment. Het water wordt uit het reservoir naar de koffiepad gepompt door een vibratiepomp[1] met een karakteristiek hard zoemend geluid. De Senseo heeft een extern waterreservoir waarvan het waterniveau wordt gepeild met een magnetische vlotter. Als de vlotter de bodem van het reservoir bereikt activeert een sensor een knipperlicht dat attendeert op de noodzaak van bijvullen.

Als het apparaat werkeloos "aan" staat koelt het water in de boiler langzaam af zonder bijverwarming. Uit- en aanzetten activeert de verwarming.

Smaak

Senseokoffie is qua smaak te vergelijken met filterkoffie. Door de geringe overdruk die de pomp genereert (circa 1,5 bar, veel lager dan de voor espresso vereiste 9 bar) bevat de koffie veel minder aroma dan espresso en is hij veel minder geconcentreerd. Het schuim lijkt qua uiterlijk op de crema van espresso, maar is veel minder aromatisch en stevig.

De smaak (en de hoeveelheid schuim) kan verbeterd worden door de koffie even voor te wellen door het apparaat even uit te zetten na de eerste seconden van doorlopen.

Oorspronkelijk bevatte een koffiepad 7,5 gram. Dit is later door Douwe Egberts teruggebracht tot 7 gram. Eind 2012 erkende het bedrijf dat dit vanwege kostenbesparing werd gedaan en dat het gewicht inmiddels weer op 7,5 gram is teruggebracht. 

In februari 2013 uitte Douwe Egberts-topman Bennink zich tegenover De Volkskrant kritisch over de smaak van Senseo en de 'kwaliteitsperceptie' bij de consument